
Borg Verhildersum
Wanneer Eddy Roos na lange studie en hulp van zijn Prof. Paul Grégoire de
arabesk, de bijna abstracte bewegingslijn, in zijn werk vorm had weten te
geven, leerde hij Tine Clevevering-Meyer van de Groninger Borgstichting
kennen. Zij was op zoek naar een beeldhouwer die de gereconstrueerde oud
Hollandse Renaissance-tuin rond de van oorsprong 14de eeuwse borg van het
Ommelander geslacht Tjarda van Starkenborgh van de bijpassende figuratieve
beelden zou voorzien.
Haar invitatie betekende voor Eddy Roos de invulling van een sinds lange gekoesterde droom. Al jaren liep hij met het plan om met zijn eigen werk een beeldentuin te gaan maken, verrukt als hij was van de
beeldentuin van Aristide Maillol voor het Louvre in Parijs. Dat concept achtte hij kansloos in een stad als Amsterdam. Het voorbeeld van Constantin Brancusi die tussen 1935 en 1937 in Tigu Jiu, een landelijke droomplek in zijn Roemeense vaderland, zijn 'Eeuwige Zuil',
Tafel van het zwijgen en de 'Poort van de kus' realiseerde sprak hem veel meer aan.
Eddy Roos wilde zijn beeldentuin aanvankelijk als een in zichzelf besloten beeldenverhaal invullen. Met in zijn achterhoofd het beeldplan van 'Rodin's Hellepoort', die zich op Dante's Inferno richtte, had hij, met als architectonische elementen een poort en de tuin, de levenscyclus van geboorte tot de dood willen verbeelden. Zo'n thematische aanpak zou meer kracht uitstralen dan de vroegere beeldentuinen, dacht hij. Eddy Roost nu: "De classicistische tuinbeelden hadden juist als zwakte dat zij ontleend waren aan een puur mythologisch verhaal waarbij de klemtoon meer op de vertelling dan op het beeld lag". Uiteindelijk zette hij het plan van de levenscyclus van zich af. "In mijn Lipchitz- periode had ik al die zware thema's al gehad". Zijn teruggrijpen op de natuur bracht hem op een nieuw concept:: "Door het bewegen van mijn dansende modellen ging de natuur mij veel meer interesseren. Ik voelde, dat de natuur sterker was dan mijn inspiratie en ik ging organische processen bestuderen". Samen met Mevrouw Clevering zochten ze naar mogelijkheden om natuur en geometrie met elkaar te laten samen gaan. Mevr Clevering had zich verdiept in de streekgeschiedenis en had zich grote kennis van de inheemse flora eigengemaakt.
Na de restauratie van de Borg Verhildersum, die in 1953 van het geslacht Frima in het bezit van de toenmalige gemeente Leens (nu De Marne )was overgegaan, richtte Mevrouw Clevering haar ontoombare energie op het herstel van de totaal verwilderde tuin. Als concept voor de nieuw aan te leggen tuin koos zij voor de reconstructie van een oud Hollandse stijltuin die met haar geometrische grondplan geënt op de maatverhouding van de Gulden Snede, geheel beantwoordde aan de hoofse cultuur van de 17de eeuwse borgheren. Toen de keuze voor een oud-Hollandse tuin gemaakt was schakelde mevrouw Clevering de tuinarchitecte mevrouw R.T.Boon in. Het was mevr. Boon die, naar voorbeeld van de Renaissance-architecten Alberti en Bramante, volgens de maatvoering van de Gulden Snede het grondplan tekende van de borgtuin. Mevrouw Clevering, met haar inmiddels fenomenale kennis van inheemse gewassen, verwezenlijkte samen met mevr. Boon de aanplant van in totaal 1300 verschillende bloemen en planten.
Deze florale pracht appelleerde onder meer aan het enthousiaste verslag van de Nederlander Jacob de Hennin, die in 1680 het geometrische ontwerp van Honselaarsdijk beschreef: "Ziet al die prachtige parterres en bloembedden, ziet hoe vrij en vloeiend alles is, hoe de gebogen hagen slingeren en hoe lustig zij met elkaar een patroon vormen, hoe perfect alles geknipt en verzorgt, hoe een tapijt van honderden geurende bloemen ligt uitgespreid". In het licht van dit sinds 1967 uitkristalliserend concept voor een oud-Hollandse tuin, was Eddy Roos zich vanaf het eerste moment dat hij ingeschakeld werd, bewust van de dwingende maatverhoudingen. De beeldhouwer, die inmiddels was verhuisd naar een 19e eeuwse dijkschool, in het gehucht Valom van de Groninger gemeente Uithuizen, toog aan de slag, bij de gratie van de door Mevr Clevering voor hem aangeboorde financieringsmogelijkheden. Zoekend naar een eigen invulling voor de beslotenheid van de borgtuin, vond Eddy Roos op zijn vele reizen door Italie een antwoord op de vraag, welke maatvoering hij voor zijn beelden zou moeten gaan hanteren. De uitgebalanceerde schoonheid van het Pazzi-kapel van Brunelleschi in Florence leerde hem, dat de maatverhouding gebaseerd waren op menselijke verhoudingen. De maten van de Gulden Snede brachten uitkomst. De maten beantwoordde hij met de arabesk, de bewegingscurve die hij voor de beelden ging uitwerken. Hij zette zich ook in voor de reconstructie van de maatvoering van de tuin zelf volgens de Gulden Snede in nauwe samenwerking met landschaparchitect ir. T.S.Smith. In 1986 richtte de kunstverzamelaars- echtpaar Groeneveld samen met de heer H.J.L.Vonhoff, commissaris der Koningin in de Provincie Groningen de Stichting Beeldentuin op welke medegefinancierd werd door de E.E.G. van uit Brussel Op 12 juni 2010 is het 11e beeld "Aarde" geplaatst. zie foto onder